ECLI:NL:RVS:2016:3354
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 juli 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 15 maart 2016 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling in diens bewijspositie tegemoet had moeten komen door nader onderzoek te doen en een nieuw voornemen uit te brengen. De vreemdeling had immers bewust onjuiste verklaringen afgelegd, waardoor zijn geloofwaardigheid was aangetast.
De Afdeling concludeerde dat het asielrelaas in de tweede zienswijze ongeloofwaardig was en dat de staatssecretaris dit terecht had beoordeeld zonder nadere hoorprocedure. Tevens was onvoldoende gebleken dat de vreemdeling bij terugkeer naar Djibouti een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.