ECLI:NL:RVS:2016:3353
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen voorschriften omgevingsvergunning opslag tankcontainers Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 10 december 2013 aan Rotterdam Short Sea Terminals B.V. (RST) een omgevingsvergunning voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan van (tank)containers aan de Reeweg 35 te Rotterdam.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van RST tegen deze vergunning gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit deels en verbond zelf voorschriften aan de vergunning. RST ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om bepaalde voorschriften, waaronder die over de plaatsing van (tank)containers met gevaarlijke stoffen volgens PGS 15, te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat het belang van externe veiligheid, zoals geborgd in voorschrift 5.6.7 van PGS 15 dat (tank)containers met gevaarlijke stoffen aan de rand van de stapeling moeten worden geplaatst, zwaarder weegt dan het belang van RST bij voortzetting van de bedrijfsvoering zonder deze voorschriften. De voorzieningenrechter achtte de aangevoerde alternatieven onvoldoende en zag geen reden om gemotiveerd van het voorschrift af te wijken.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter nam daarbij ook mee dat alle containeroverslagbedrijven in de Rotterdamse haven aan hetzelfde voorschrift moeten voldoen en dat RST niet aannemelijk had gemaakt dat de voorschriften innerlijk tegenstrijdig zijn.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de voorschriften van de omgevingsvergunning wordt afgewezen vanwege het zwaardere belang van externe veiligheid.