ECLI:NL:RVS:2016:3346
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris terecht hardheidsclausule niet toepaste bij weigering verblijfsvergunning wegens medische situatie
De vreemdeling, met de Georgische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden vanwege een behandeling tegen open tuberculose. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende had gereageerd op een medische brief over het volksgezondheidsrisico.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de brief geen nieuwe medische informatie bevatte en dat het risico voor de volksgezondheid buiten het toetsingskader viel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule omdat geen sprake was van een medische noodsituatie en de brief geen bijzondere individuele omstandigheden bevatte.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsmarge heeft bij toepassing van de hardheidsclausule en dat het beroep slechts in uitzonderlijke gevallen wordt gehonoreerd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.