ECLI:NL:RVS:2016:3330
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij stucadoors- en tegelzetwerkzaamheden
Bij besluiten van 20 maart 2015 legde de minister aan appellant boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) voor het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde de boetebesluiten en stelde de boete voor tegelzetwerkzaamheden vast op €4.000,00. Zowel appellant als minister gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat appellant wel als feitelijk werkgever moet worden aangemerkt voor de stucadoorswerkzaamheden, omdat deze werkzaamheden ten behoeve van zijn onderneming werden verricht en hij deze niet heeft verhinderd. De boete wordt daarom voor deze werkzaamheden vastgesteld op €12.000,00. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en dat van appellant ongegrond.
Verder bevestigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank omtrent de tegelzetwerkzaamheden en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
De uitspraak verduidelijkt de ruime uitleg van het werkgeversbegrip in de Wav en het belang van feitelijk werkgeverschap bij boeteoplegging.
Uitkomst: De boete voor stucadoorswerkzaamheden wordt vastgesteld op €12.000,00 en het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van appellant ongegrond.