ECLI:NL:RVS:2016:3315
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor legalisatie erfafscheiding ondanks bezwaar buurman
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 9 januari 2014 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de legalisatie van een erfafscheiding op zijn perceel. De erfafscheiding bestond uit wilgenschermen, toegangspoorten met gemetselde kolommen en een houten schutting, met een totale lengte van circa 230 meter en hoogte variërend tussen 2 en 2,8 meter.
Een buurman, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de aantasting van zijn uitzicht en de vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank wees het beroep van appellant af. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de vergunning niet had mogen worden verleend op grond van de regels voor kruimelgevallen en dat de erfafscheiding in strijd was met de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de erfafscheiding kwalificeert als een bouwwerk dat onder de kruimelgevallen valt, gezien de hoogte en oppervlakte. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college de vergunning mocht verlenen, ook al was de erfafscheiding in strijd met het bestemmingsplan, omdat het college een belangenafweging had gemaakt. De aantasting van het uitzicht van appellant werd niet als ernstig beoordeeld, mede vanwege de reeds aanwezige beukenhaag en begroeiing. Ook het beroep op de welstandseisen werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunning voor de erfafscheiding blijft gehandhaafd.