ECLI:NL:RVS:2016:3254
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Helder
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toeslagpartnerstatus bij huurovereenkomst met verlopen einddatum
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond werd verklaard. De Belastingdienst had de voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget voor 2014 herzien naar nihil omdat appellant en een persoon op hetzelfde adres stonden ingeschreven en deze persoon als toeslagpartner werd aangemerkt.
Appellant stelde dat zij slechts een kamer huurde en overlegde een huurovereenkomst met een einddatum van 30 april 2014. De Belastingdienst handhaafde het standpunt dat deze persoon toeslagpartner was, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de huurovereenkomst nog voortduurde.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir slechts een schriftelijke huurovereenkomst hoeft te verlangen, maar bij twijfel over de duur van de overeenkomst nadere gegevens mag vragen. Omdat de huurovereenkomst was verlopen en appellant geen bewijs van voortzetting leverde, was het standpunt van de Belastingdienst terecht.
De verklaringen van derden en kwitanties waren onvoldoende als objectief bewijs. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toeslagpartnerstatus wordt bevestigd.