ECLI:NL:RVS:2016:3218
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid rechtbank inzake uitstel besluit toegang vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een uitstelbesluit en vrijheidsontnemende maatregelen jegens een vreemdeling.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen het uitstel van het besluit over toegang tot Nederland gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het uitstellen van een besluit over toegang tot Nederland een handeling is in de zin van artikel 6:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen afzonderlijk rechtsmiddel openstaat. De rechtbank was daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het uitstelbesluit.
Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond voor zover het de bevoegdheid van de rechtbank betreft. De uitspraak wordt vernietigd voor zover deze betrekking heeft op het uitstelbesluit en de rechtbank wordt onbevoegd verklaard. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €496,00.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep tegen het uitstelbesluit en de uitspraak wordt voor dat deel vernietigd; voor het overige wordt de uitspraak bevestigd.