ECLI:NL:RVS:2016:3214
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering geloofwaardigheid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering van het geloofwaardigheidsoordeel en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep, waarbij hij onder meer aanvoerde dat bepaalde bepalingen van de Procedurerichtlijn niet van toepassing waren omdat de aanvraag vóór 20 juli 2015 was ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het nationale overgangsrecht in strijd is met de Procedurerichtlijn en dat de rechtbank terecht het beroep gegrond heeft verklaard.
Daarnaast werd geoordeeld dat de staatssecretaris ongerechtvaardigd onderscheid maakte tussen de beoordeling van intrekking en afwijzing van verblijfsvergunningen binnen dezelfde bevolkingsgroep. De Afdeling bevestigde dat dit onderscheid onjuist was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De staatssecretaris dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank en de Afdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.