ECLI:NL:RVS:2016:3194
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en proceskostenvergoeding
De minister legde appellant een boete van €42.000 op wegens het zonder tewerkstellingsvergunning laten werken van zeven Bulgaarse vreemdelingen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant gegrond, stelde de boete vast op €28.000 en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €992.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak, met name over de legitimiteit van het boeterapport, de gezagsverhouding tussen appellant en de vreemdelingen, en de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Raad van State oordeelde dat de legitimatie van de arbeidsinspecteurs, ondanks latere afgiftedatum van legitimatiebewijzen, rechtsgeldig was en dat de vreemdelingen onder gezagsverhouding werkten, waardoor tewerkstellingsvergunningen vereist waren.
De Raad van State verwierp het betoog over onvoldoende bewijs en bevestigde het oordeel van de rechtbank over de gezagsverhouding. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte de proceskostenvergoeding te laag had vastgesteld en verhoogde deze naar €1.736 voor bezwaar en beroep en €1.020,10 voor het hoger beroep, inclusief reiskosten. Het griffierecht van €251 werd eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: Boete bevestigd wegens ontbreken tewerkstellingsvergunningen; proceskostenvergoeding aan appellant verhoogd.