ECLI:NL:RVS:2016:3190
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.G.C. Wiebenga
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor pluimveehouderij vanwege bevoegdheidsconflict Natura 2000
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 30 juni 2015 een vergunning voor het in werking hebben van een pluimveehouderij aan een besloten vennootschap te Groesbeek, met beoordeling van gevolgen voor het Natura 2000-gebied Oeffelter Meent.
Tegelijkertijd verleende het college van Gelderland op 9 december 2015 een vergunning voor dezelfde activiteit, waarbij ook de gevolgen voor het Natura 2000-gebied in Noord-Brabant werden betrokken. Volgens artikel 2a, tweede lid, en artikel 2, zesde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, die op 1 juli 2015 in werking traden, is gedeputeerde staten van de provincie waar het project hoofdzakelijk gevolgen heeft exclusief bevoegd.
Omdat de veehouderij hoofdzakelijk gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied in Gelderland, is het college van Gelderland exclusief bevoegd. De vergunning van Noord-Brabant heeft daarom geen betekenis meer en appellanten hebben geen procesbelang bij het beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.