ECLI:NL:RVS:2016:3186
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen gebruik perceel voor paarden in Andijk
Bij besluit van 19 december 2014 wees het college het verzoek van appellant en anderen af om handhavend op te treden tegen het langdurig verblijf van paarden en het gebruik van een schuilstal op een perceel te Andijk. Het college baseerde zich op het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan 'Dorpskernen III', waarin het houden van paarden is toegestaan zonder een maximum aantal uren.
Appellant en anderen voerden aan dat het verzoek ook betrekking had op de minimale breedte van een groenzone van 3,5 meter die volgens het bestemmingsplan gerealiseerd moet zijn, terwijl op het perceel slechts 2,5 meter was gerealiseerd. De rechtbank oordeelde dat deze vraag buiten de omvang van het geding viel en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte deze vraag buiten beschouwing liet, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. Uit het controlerapport bleek dat de afwijking in de groenzone minimaal was en dat snelgroeiende beplanting was aangeplant om de groenzone binnen afzienbare tijd te herstellen. Het college mocht daarom concluderen dat geen strijdig gebruik plaatsvond.
Verder faalden de bezwaren dat de schuilstal niet als nachtverblijf mocht worden gebruikt en dat paarden maximaal anderhalf uur per dag gehouden mochten worden, omdat het bestemmingsplan hiervoor geen beperkingen bevatte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.