ECLI:NL:RVS:2016:3159
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergunning omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen heeft bij besluit van 20 januari 2015 de vergunning van appellant ingetrokken die hem toestond zijn appartement om te zetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur. Appellant had de vergunning sinds 2011 niet binnen de gestelde termijn effectueren. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het collegebesluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het college de vergunning terecht heeft ingetrokken omdat appellant niet binnen een jaar na onherroepelijkheid van de vergunning tot omzetting is overgegaan. Hoewel appellant omstandigheden aanvoert zoals ziekte, een wijziging van het huishoudelijk reglement van de VvE en een lopende rechtszaak tegen de VvE, heeft het college hem reeds uitstel verleend tot 1 september 2014. Daarna was er geen concreet zicht op effectuering van de vergunning.
Het belang van het algemeen belang en de noodzaak tot handhaving van het vergunningenbeleid wegen zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden van appellant. De Raad van State bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid tot intrekking van de vergunning heeft mogen overgaan en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de vergunning wegens het niet effectueren van de omzetting binnen de gestelde termijn.