ECLI:NL:RVS:2016:3123
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende betalingsbewijs
Appellante maakte in 2013 en 2014 gebruik van kinderopvang bij een geregistreerd kindercentrum en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze voorschotten naar nihil omdat niet was aangetoond dat alle kosten daadwerkelijk waren betaald.
De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde van betaling van het volledige bedrag aan kinderopvangkosten. Appellante stelde dat eventuele gebreken in de overeenkomsten aan het kindercentrum te wijten waren en dat zij alle kosten had voldaan, ook via kasbetalingen. Dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellante niet heeft aangetoond dat zij de resterende kosten van respectievelijk € 3.208,00 in 2013 en € 1.410,50 in 2014 heeft betaald. Daarom heeft zij geen recht op kinderopvangtoeslag over die jaren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag bevestigd.