ECLI:NL:RVS:2016:3121
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing tewerkstellingsvergunning
De vennootschap had een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van een persoon, welke door de Raad van Bestuur werd afgewezen. Zowel de vennootschap als appellant stelden beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, maar had het beroep van appellant niet beoordeeld.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zijn beroep niet had behandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant inderdaad beroep had ingesteld, maar dat hij geen rechtstreeks belang had bij het besluit dat alleen de aanvraag ten behoeve van de persoon betrof.
Daarom werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep van appellant niet was behandeld. Vervolgens verklaarde de Afdeling het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.