ECLI:NL:RVS:2016:3113
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor overkapte fietsenstallingen nabij station Nijmegen Heyendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen verleende op 29 september 2014 een omgevingsvergunning voor het bouwen van overkapte fietsenstallingen aan de zuidwestzijde van station Nijmegen Heyendaal. Omwonenden, waaronder [appellant] en anderen, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege de impact op hun woon- en leefklimaat en stelden dat de overkappingen niet noodzakelijk waren.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de omwonenden ongegrond en oordeelde dat het college in redelijkheid tot vergunningverlening had kunnen besluiten. De appellanten stelden in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met hun belangen, dat de visuele afscherming door een haag niet bestond en dat de overkapping zou leiden tot kapitaalvernietiging gezien de geplande renovatie van het station.
De Raad van State overwoog dat het college terecht gewicht had toegekend aan het beleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu omtrent fietsparkeren bij stations, dat overkappingen voorschrijft voor comfort en veiligheid. De stelling van kapitaalvernietiging werd door Prorail weerlegd, die aangaf dat de infrastructuur voor de overkappingen herbruikbaar is bij renovatie. Het betoog over belangenverstrengeling werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor overkapte fietsenstallingen wordt bevestigd.