ECLI:NL:RVS:2016:303
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na herziening
De minister legde appellante een boete van €12.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. Appellante betwistte dit, stellende dat de vreemdeling slechts taal oefende en geen arbeid verrichtte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat uit het boeterapport en verklaringen blijkt dat de vreemdeling werkzaamheden verrichtte die ten goede kwamen aan appellante, ook al was er geen loon en was er sprake van taal oefenen. De kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav is niet afhankelijk van loon of intentie. Wel werd het boetenormbedrag aangepast naar aanleiding van een beleidswijziging, waardoor de boete werd vastgesteld op €8.000.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van de minister, herroept het boetebesluit van €12.000 en stelt de boete vast op €8.000. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €8.000.