ECLI:NL:RVS:2016:2934
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 1 december 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Na aanvulling van de motivering volgde op 28 oktober 2015 een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bepaalde elementen van het asielrelaas als relevant had aangemerkt en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheden in de verklaringen van de vreemdeling.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende gedetailleerde en verifieerbare verklaringen had gegeven over zijn vlucht en reis naar Nederland, en dat de overgelegde documenten de geloofwaardigheid van zijn verhaal niet ondersteunden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.