ECLI:NL:RVS:2016:2933
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdelingen op grond van Dublinverordening
Bij verschillende besluiten van 11 mei 2016 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen op 18 augustus 2016 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten zij om een voorlopige voorziening.
De vreemdelingen wilden voorkomen dat zij zouden worden overgedragen aan Bulgarije op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening) zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven in hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de spoedeisendheid van het verzoek aanwezig is. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij de overdracht werd opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 25 oktober 2016.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet overgedragen aan Bulgarije totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.