ECLI:NL:RVS:2016:2893
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning mestverwerkingsinstallatie en onbevoegdheid inzake meldingsbevestiging stikstof
De zaak betreft een beroep van Stichting SIRENE en anderen tegen een meldingsbevestiging en een vergunning verleend door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Biomineralen B.V. voor de oprichting van een mestverwerkingsinstallatie te Roosendaal. De meldingsbevestiging betreft een bevestiging van een stikstofdepositieberekening via de AERIUS Calculator, die volgens het college geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De appellanten voerden aan dat de meldingsbevestiging wel een besluit is en dat de stikstofdepositie zal leiden tot verslechtering van Natura 2000-gebieden. De Afdeling oordeelt dat de meldingsbevestiging geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en niet gericht is op rechtsgevolg, maar slechts een elektronische bevestiging van de melding. Daarom is de Afdeling onbevoegd om van dit beroep kennis te nemen.
Daarnaast is beroep ingesteld tegen de vergunning verleend op grond van artikel 16 van Pro de Natuurbeschermingswet 1998. Eén appellant, de vereniging Natuurpunt, wordt niet als belanghebbende erkend omdat haar werkgebied zich beperkt tot België en het besluit betrekking heeft op een Nederlandse locatie. Verder hebben de appellanten geen zienswijzen ingediend over het ontwerpbesluit, en het college heeft het ontwerpbesluit op geschikte wijze elektronisch bekendgemaakt. Daarom is het beroep tegen de vergunning niet-ontvankelijk.
De Afdeling wijst het beroep tegen de meldingsbevestiging af wegens onbevoegdheid en verklaart het beroep tegen de vergunning niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de meldingsbevestiging is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de vergunning is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en het niet indienen van zienswijzen.