ECLI:NL:RVS:2016:2861
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging schuldhulpverlening wegens ontbreken belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen beëindigde de schuldhulpverlening aan appellant vanwege het ontstaan van een nieuwe schuld bij de zorgverzekeraar VGZ, veroorzaakt door de zorgpremie van haar meerderjarige zoon die op haar polis bleef staan. Appellant stelde dat zij niet bevoegd was haar zoon van de polis te verwijderen en dat de beëindiging van het traject disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat de schuld binnen de risicosfeer van appellant lag en dat het college het besluit tot beëindiging terecht had genomen. In hoger beroep stelde appellant dat het college geen belangenafweging had gemaakt en dat de beëindiging onevenredig was gezien haar financiële situatie en de omstandigheden.
De Raad van State concludeerde dat het college inderdaad geen belangenafweging had gemaakt zoals vereist op grond van de Beleidsregels schuldhulpverlening en de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en vernietigde de Raad het besluit. Het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen waarin de belangen zorgvuldig worden afgewogen en rekening wordt gehouden met de gewijzigde situatie van de zoon.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van schuldhulpverlening wordt vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging; het college moet een nieuw besluit nemen.