ECLI:NL:RVS:2016:281
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 23 november 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 4 december 2015 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De staatssecretaris betoogde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, aangezien de vreemdeling voldoende gelegenheid had gehad zelfstandig te vertrekken maar geen concrete pogingen daartoe had ondernomen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat de vreemdeling zijn pogingen om zelfstandig te vertrekken niet had gestaafd en dat er geen aantoonbare pogingen waren gedaan die de terugkeer konden bespoedigen. Daarom was het oordeel van de rechtbank onjuist.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.