ECLI:NL:RVS:2016:2794
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol ondanks termijnoverschrijding
Het CBR legde aan appellant een Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) op naar aanleiding van een mededeling over een ademalcoholgehalte van 600 µg/l bij een aanhouding op 11 oktober 2014. Appellant betoogde dat het besluit onrechtmatig was omdat het CBR de EMA pas na meer dan zes maanden oplegde, terwijl artikel 131 van Pro de Wegenverkeerswet een beslistermijn van vier weken voorschrijft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de termijn van vier weken in artikel 131 Wvw Pro een termijn van orde is en niet leidt tot het vervallen van de bevoegdheid van het CBR om een EMA op te leggen. De wetsgeschiedenis benadrukt het belang van een snelle aanpak van alcoholovertredingen, maar bevat geen sanctie voor overschrijding van deze termijn.
Verder is vastgesteld dat tussen de aanhouding en het besluit ruim zes maanden zaten, wat binnen de in de Regeling maatregelen en rijvaardigheid en geschiktheid 2011 genoemde termijn valt. Appellant kon dus redelijkerwijs niet verwachten dat hem geen EMA meer zou worden opgelegd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol ondanks overschrijding van de wettelijke beslistermijn.