ECLI:NL:RVS:2016:2790
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van de opposant na vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.
De opposant maakte bezwaar tegen deze beslissing door middel van verzet, stellende dat de aangetekende brief waarin de betaling werd gevorderd niet was ontvangen en dat de termijn daardoor onbewust was verstreken. De Raad van State onderzocht het bewijs omtrent de bezorging van de aangetekende brief.
Uit de stukken bleek dat de brief correct was geadresseerd en niet was geretourneerd aan de afzender, wat impliceert dat de brief op regelmatige wijze was aangeboden. De enkele stelling van de opposant dat de brief niet was ontvangen, werd onvoldoende geacht om het verzet gegrond te verklaren.
De Raad van State concludeerde dat de Afdeling terecht het hoger beroep niet-ontvankelijk had verklaard en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.