ECLI:NL:RVS:2016:2785
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende medische advisering
De vreemdeling uit Nepal vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de medische advisering van het Bureau Medische Advisering (BMA) over de behandelmogelijkheden voor de ziekte van Crohn waaraan de vreemdeling lijdt. De vreemdeling stelde dat de BMA-nota van 10 november 2015 niet inzichtelijk was, omdat niet duidelijk was op welke kliniek(en) het advies was gebaseerd, en dat de afwezigheid van het medicijn Infliximab in Nepal onvoldoende werd meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het BMA-advies ten onrechte aan zijn besluit ten grondslag had gelegd, omdat de rechtbank niet had onderkend dat het advies niet voldoende inzichtelijk was en dat de afwezigheid van het cruciale medicijn Infliximab buiten beschouwing was gelaten. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand werden gelaten.