ECLI:NL:RVS:2016:272
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Bij besluiten van 14 april 2014 wees de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die op 28 juli 2015 de besluiten vernietigde en de staatssecretaris opdroeg nieuwe besluiten te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State, evenals de vreemdelingen die tevens incidenteel hoger beroep instelden. De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde gronden geen aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank en verklaarde beide hoger beroepen kennelijk ongegrond.
De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten volledig in stand blijven. De Raad overwoog dat de Italiaanse opvangvoorzieningen voor gezinnen met minderjarige kinderen voldoen aan de eisen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zodat overdracht naar Italië niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen ten bedrage van € 496,00. De uitspraak werd op 28 januari 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris en de vreemdelingen kennelijk ongegrond.