ECLI:NL:RVS:2016:2707
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning asiel aan omdat hij in Irak vreesde voor zijn leven na het bieden van onderdak aan een tegenstander van een gewelddadige groepering. De staatssecretaris wees de aanvraag af, omdat het risico op dood niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank de motivering van het besluit onvoldoende had erkend. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de afwijzing deugdelijk had gemotiveerd, met name omdat er geen concrete bedreigingen waren en de vreemdeling en zijn familie geen problemen hadden ondervonden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Verder werden de overige beroepsgronden van de vreemdeling verworpen, waaronder het betoog over onvoldoende onderzoek en het niet volledig meewerken aan het onderzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.