ECLI:NL:RVS:2016:2596

Raad van State

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
3 oktober 2016
Zaaknummer
201605749/3/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:84 AwbArt. 72 lid 3 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens geannuleerde uitzetting

De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank en maakte bezwaar tegen een voorgenomen feitelijke uitzetting. Hij vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen. Vervolgens trok hij het verzoek om voorlopige voorziening in nadat de staatssecretaris hem informeerde dat de uitzetting was geannuleerd wegens het verlopen van de laissez passer.

De vreemdeling verzocht gelijktijdig met de intrekking om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De staatssecretaris betwistte dit verzoek, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend. Gezien de intrekking het gevolg was van tegemoetkoming door de staatssecretaris, werd het verzoek om proceskostenveroordeling als gegrond beoordeeld.

De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €496,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 9 september 2016.

Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00 na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens geannuleerde uitzetting.

Uitspraak

201605749/3/V3
Datum uitspraak: 9 september 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 17 juni 2016.
Tegen de voorgenomen feitelijke uitzetting op 23 augustus 2016 heeft de vreemdeling krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bezwaar gemaakt.
De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Dit verzoek is doorgezonden aan de Afdeling.
De staatssecretaris heeft een reactie ingediend.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro die wet in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Indien aan dit vereiste niet is voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
2. Anders dan de staatssecretaris in zijn reactie heeft betoogd, heeft de vreemdeling het verzoek om proceskostenveroordeling tegelijk met de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening gedaan, nu het verzoek is ingekomen op dezelfde dag als de intrekking.
3. De vreemdeling heeft zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, omdat de staatssecretaris bij brief van 19 augustus 2016 aan hem heeft laten weten dat de geplande uitzetting naar het land van herkomst is geannuleerd in verband met het verlopen van de laissez passer. Nu het verzoek om voorlopige voorziening van de vreemdeling er op was gericht te voorkomen dat hij zou worden uitgezet gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep, is de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
4. Het verzoek om proceskostenveroordeling dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier.
w.g. Verheij w.g. Snijders
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2016
279