ECLI:NL:RVS:2016:2470
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering kinderopvangtoeslag wegens termijnoverschrijding
Appellante kreeg in 2013 een voorschot kinderopvangtoeslag toegekend, dat later door de Belastingdienst/Toeslagen werd herzien en vastgesteld op nihil. Tevens werd een bedrag van €18.076,00 teruggevorderd wegens teveel uitgekeerde toeslag. Appellante diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat de juiste rechtsmiddelverwijzing was gegeven en appellante voldoende gelegenheid had om tijdig bezwaar te maken. Ook het betoog dat een medewerker van de Belastingdienst/Toeslagen had aangegeven dat bezwaar nog mogelijk was na termijn werd verworpen.
Appellante voerde aan dat haar lichamelijke conditie en het contact met de Belastingdienst/Toeslagen haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. De Raad van State oordeelde dat dit onvoldoende was om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen, omdat van appellante verwacht mocht worden een derde in te schakelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.