ECLI:NL:RVS:2016:2452
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor woonfraude wegens onrechtmatige gebruiksverlening woning zonder vergunning
Het college legde appellant een boete op omdat hij de woning aan een persoon in gebruik had gegeven die niet over een huisvestingsvergunning beschikte, wat verboden is volgens artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet.
De toezichthouders troffen de betreffende persoon in de woning aan en legden verklaringen vast waaruit bleek dat appellant elders woonde en de woning aan deze persoon had overgedragen. Buurtonderzoek bevestigde deze situatie. Appellant voerde aan dat de verklaringen onjuist waren en dat de toezichthouders vooringenomen waren, maar deze stellingen werden niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht het standpunt innam dat sprake was van overtreding van de Huisvestingswet en wees het beroep af. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de boete van €3000,- blijft staan.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €3000,- blijft gehandhaafd.