ECLI:NL:RVS:2016:2442
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring onrechtmatig gesteld en schadevergoeding toegekend
De vreemdeling werd op 17 juni 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris erkende dat het onderzoek onvolledig was en dat de bewaring onrechtmatig was omdat een terugkeerbesluit ontbrak. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, werd een bevel tot opheffing achterwege gelaten.
De Afdeling matigde de toe te kennen schadevergoeding met 50% omdat de vreemdeling niet had voldaan aan zijn toezegging om zijn paspoort te overleggen, waardoor hij onvoldoende had meegewerkt aan het beperken van de schade. De vergoeding werd toegekend over de periode van 17 juni tot 30 juni 2016, de dag van opheffing van de bewaring.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde partij. De uitspraak werd op 1 september 2016 openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring onrechtmatig bevonden en een schadevergoeding toegekend met matiging wegens onvoldoende medewerking.