ECLI:NL:RVS:2016:240
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Prinsenlaan 80 Groenekan wegens onvoldoende voorwaardelijke verplichtingen
De raad van de gemeente De Bilt stelde op 30 oktober 2014 het bestemmingsplan Prinsenlaan 80 Groenekan vast. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In een tussenuitspraak van 5 augustus 2015 werd vastgesteld dat het bestemmingsplan in strijd was met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening omdat het ontbrak aan een voorwaardelijke verplichting die het inrichten van het plangebied in overeenstemming met het natuurontwikkelingsplan en de ruimtelijke randvoorwaarden waarborgt.
De raad nam op 29 oktober 2015 een herstelbesluit waarin aanvullende planregels werden opgenomen. Appellanten voerden aan dat dit herstel onvoldoende was omdat de voorwaardelijke verplichting alleen was gekoppeld aan de bestemming "Natuur" en niet aan de bestemming "Recreatie - Conferentiehotel" en dat de ruimtelijke randvoorwaarden niet waren meegenomen. De Afdeling oordeelde dat het herstelbesluit het geconstateerde gebrek niet volledig herstelde, omdat de ruimtelijke randvoorwaarden niet waren opgenomen en de koppeling met het conferentiehotel niet expliciet was gemaakt.
De Afdeling vernietigde daarom zowel het oorspronkelijke besluit als het herstelbesluit. Tevens werd de raad opgedragen binnen vier weken na verzending van de uitspraak de vernietiging op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl te verwerken. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en het herstelbesluit zijn vernietigd wegens het ontbreken van een juiste voorwaardelijke verplichting voor inrichting in overeenstemming met het natuurontwikkelingsplan en de ruimtelijke randvoorwaarden.