ECLI:NL:RVS:2016:2391
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen in restaurant
Bij besluit van 20 oktober 2014 legde de minister aan [appellante] een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het feit dat twee vreemdelingen van Chinese nationaliteit op 10 juli 2014 in het restaurant van [appellante] arbeid verrichtten zonder dat daarvoor tewerkstellingsvergunningen waren verleend.
[Appellante] voerde aan dat de vreemdelingen niet voor het restaurant werkten, maar alleen voor zichzelf eten bereidden. Zij stelde dat de verklaring van de kok onjuist was vanwege een slechte arbeidsverhouding. De Raad van State overwoog dat feitelijk werkgeverschap niet afhankelijk is van een arbeidsovereenkomst, maar van het feit dat iemand feitelijk arbeid laat verrichten.
De verklaringen van de arbeidsinspecteurs en de kok, die onder ambtseed waren afgelegd, werden als betrouwbaar beschouwd. De stelling van [appellante] dat de kok een onjuiste verklaring had afgelegd, werd niet onderbouwd. De verklaringen van de vreemdelingen en de vennoot werden minder zwaar gewogen omdat deze niet strookten met de waarnemingen van de inspecteurs.
Gelet op het ontbreken van de benodigde vergunningen en de vastgestelde feiten, verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigde de boete. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €24.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.