ECLI:NL:RVS:2016:2378
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering ernstige bedreiging
De staatssecretaris vaardigde op 2 december 2014 een inreisverbod van tien jaar uit tegen de vreemdeling vanwege een eerdere veroordeling voor een opiumdelict. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat de staatssecretaris niet had meegewogen dat hij sinds de veroordeling in 2007 geen strafbare feiten meer had gepleegd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onjuist had gehandeld door alleen te kijken naar de veroordeling en niet naar het tijdsverloop en het risico op recidive. Volgens het arrest Z.Zh. en I.O. van het Hof van Justitie moet een inreisverbod van meer dan vijf jaar gebaseerd zijn op een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast, en moet dit gemotiveerd worden.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het ging om het inreisverbod. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak werd terugverwezen met het oordeel dat het inreisverbod onvoldoende is gemotiveerd en daarom niet gehandhaafd kan blijven.
Uitkomst: Het inreisverbod van tien jaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van een actuele en ernstige bedreiging.