ECLI:NL:RVS:2016:2354
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen gewijzigd toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten
In deze zaak staat het "Nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2012-2020" centraal, waarbij de staatssecretaris op grond van de Wet milieubeheer emissierechten toewijst aan verschillende industriële inrichtingen. Het oorspronkelijke besluit uit 2012 werd in 2013 gewijzigd met een aangepaste hoeveelheid emissierechten, waarbij onder meer de correctiefactor van de Europese Commissie werd toegepast.
Diverse appellanten, waaronder grote industriële bedrijven, stelden beroep in tegen de gewijzigde toewijzing en de toegepaste berekeningswijze. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze beroepen behandeld en daarbij ook prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof verklaarde de vaststelling van de correctiefactor ongeldig, maar stelde dat dit geen gevolgen heeft voor reeds genomen maatregelen op basis van die factor.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht de correctiefactor heeft toegepast in het gewijzigde toewijzingsbesluit en dat de beroepen falen. Daarnaast wordt geoordeeld dat het besluit niet in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht, onder meer vanwege voldoende feitenonderzoek, juiste motivering, en het ontbreken van een zienswijzerecht voor de appellanten. Ook het beroep op rechtszekerheid wordt verworpen omdat het besluit duidelijk aangeeft welke emissierechten zijn toegekend.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het gewijzigde toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten worden ongegrond verklaard.