ECLI:NL:RVS:2016:2346
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische urgentie
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant die een urgentieverklaring voor zelfstandige woningaanvraag had ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees de aanvraag af op basis van medisch advies van de GGD-artsen, die concludeerden dat de appellant niet medisch urgent was en geschikt voor inwoning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De appellant stelde dat er sprake was van een levensontwrichtende situatie en betwistte de medische adviezen, waarbij zij nieuwe medische verklaringen overlegde. De Raad van State oordeelde dat het college het advies van een medisch deskundige, de GGD-arts Timmerman, op objectieve en inzichtelijke wijze mocht betrekken bij de beoordeling. De aanvullende medische stukken van de appellant boden geen grond om het oordeel te herzien.
Verder werd geoordeeld dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zelfstandige huisvesting substantieel meer zou bijdragen aan de oplossing van haar problemen dan andere woonvormen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat nieuwe medische feiten niet tijdig waren ingebracht. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd wegens onvoldoende medische urgentie en het ontbreken van een levensontwrichtende situatie.