ECLI:NL:RVS:2016:2290
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering RDW tot terugwerkende vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
In deze zaak heeft de RDW bij besluit van 19 september 2013 de tenaamstelling van een voertuig vervallen verklaard zonder terugwerkende kracht toe te kennen. Appellante betoogde dat zij nooit houder van het voertuig was, omdat haar rijbewijs was gestolen en misbruikt om het voertuig op haar naam te stellen. Zij stelde dat de RDW onjuiste persoonsgegevens handhaafde in strijd met de Privacyrichtlijn, het EVRM en de Wet bescherming persoonsgegevens.
De Afdeling overwoog dat de RDW bevoegd is persoonsgegevens te verwerken op grond van wettelijke verplichtingen en dat het beleid om geen terugwerkende kracht te verlenen niet onredelijk is. De omstandigheden van deze zaak verschillen van eerdere arresten waarin terugwerkende correctie wel werd toegestaan, omdat appellante pas na tenaamstelling aangifte deed van vermissing van haar rijbewijs. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de RDW geen aanleiding had om de tenaamstelling als onjuist te beschouwen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 40c van het Kentekenreglement, geen verplichting tot terugwerkende kracht bevatten, ook niet gelet op grondrechten uit het EVRM en het Handvest. Het beroep van appellante op schending van haar rechten faalt, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.