ECLI:NL:RVS:2016:2237
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag naar nihil wegens niet-naleving kassiersfunctie gastouderbureau
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij het voorschot werd vastgesteld op nihil. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten van kinderopvang daadwerkelijk waren gemaakt, mede omdat betalingen niet via het gastouderbureau waren doorgevoerd zoals vereist volgens de kassiersfunctie.
De appellant stelde dat de betalingen weliswaar contant waren, maar onder toezicht van het gastouderbureau hadden plaatsgevonden, waardoor de kassiersfunctie was nageleefd. De Raad van State oordeelde echter dat de kassiersfunctie inhoudt dat het gastouderbureau de betalingen daadwerkelijk moet ontvangen en doorleiden, wat alleen via bankbetalingen is toegestaan. Contante betalingen rechtstreeks aan de gastouder voldoen niet aan deze vereisten.
Verder stelde de appellant dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden omdat zij niet gehoord was. De Raad van State bevestigde dat de Belastingdienst/Toeslagen een retourformulier had gestuurd waarin de appellant de mogelijkheid had om aan te geven of zij gehoord wilde worden. Het niet aangeven van een wens tot horen betekent dat de hoorplicht niet is geschonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag wordt terecht herzien naar nihil.