ECLI:NL:RVS:2016:2197
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar kinderopvangtoeslag wegens termijnoverschrijding
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag van appellante over 2011 definitief vast en vorderde een deel terug. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift na de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 12 augustus 2014 was verzonden, ondanks de vermelding van een andere datum op een acceptgiro. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij het besluit niet tijdig had ontvangen.
Verder werd vastgesteld dat de bezwaartermijn op 13 augustus 2014 begon en eindigde op 24 september 2014, exclusief die dag. Omdat het bezwaarschrift op 24 september 2014 was ingediend, was het te laat. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.