ECLI:NL:RVS:2016:2086
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging naar €8.000
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €26.250 op wegens het laten werken van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Amsterdam matigde deze boete tot €9.000. Zowel appellant als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Appellant voerde aan dat zij niet volledig verwijtbaar was en dat de rechtbank ten onrechte twijfels had over de identiteit van de vreemdeling en het gebruikte verblijfsdocument. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de vreemdeling zich met een vals verblijfsdocument had gelegitimeerd en dat de verschillen in uiterlijke kenmerken duidelijk waarneembaar waren.
De Raad stelde dat de overtreding volledig aan appellant te verwijten was en dat de boete daarom niet verder gematigd kon worden. Wel werd het boetenormbedrag verlaagd naar €8.000 op grond van een beleidswijziging. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de boete op €9.000 was vastgesteld en stelde de boete op €8.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €8.000 en het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard.