ECLI:NL:RVS:2016:2078
Raad van State
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen herroeping tijdelijke exploitatievergunning horeca
De burgemeester verleende op 19 december 2013 een tijdelijke exploitatievergunning voor het horecabedrijf van appellant voor de duur van één jaar. Op 18 december 2014 werd deze vergunning herroepen na gegrondverklaard bezwaar. Appellant stelde beroep in tegen deze herroeping, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de vergunningstermijn op 19 december 2014 was verstreken, waardoor appellant geen belang meer had bij beoordeling van de herroeping.
Appellant voerde aan dat hij wel belang had omdat de uitspraak van de rechtbank invloed kon hebben op de omzetting van de tijdelijke vergunning in een vergunning voor onbepaalde tijd. Dit verweer faalde omdat de burgemeester op 18 maart 2015 reeds op dit omzettingsverzoek had beslist, waarmee de bestuurlijke besluitvorming was afgerond.
Verder stelde appellant dat hij schade leed door de herroeping, ook al was het bedrijf op de laatste dag van de vergunning gesloten. De rechtbank oordeelde terecht dat vaste lasten ook zonder herroeping verschuldigd waren, waardoor deze schade niet tot ontvankelijkheid leidde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de herroeping van de tijdelijke vergunning bevestigd.