ECLI:NL:RVS:2016:206
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving zonder omgevingsvergunning bij recreatiewoning in Epe
Het college van burgemeester en wethouders van Epe legde aan appellant sub 1 een last onder dwangsom op om diverse bouwwerken, waaronder een schuur en houtopslag, te verwijderen omdat deze zonder omgevingsvergunning waren gebouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het dwangsombesluit voor de schuur en houtopslag. Zowel het college als appellant stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant zelf de schuur en houtopslag had gebouwd, maar dat dit niet tot vernietiging van het handhavingsbesluit leidde. Verder werd vastgesteld dat de overige bouwwerken op het perceel in strijd waren met het bestemmingsplan en zonder vergunning waren gebouwd, zodat handhaving gerechtvaardigd was.
Appellant voerde meerdere verweren aan, waaronder het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, verjaring en schending van eigendomsrechten onder het EVRM. Deze werden allen verworpen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.