ECLI:NL:RVS:2016:2050
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
De minister van Veiligheid en Justitie maakte op 29 januari 2014 documenten openbaar op grond van een Wob-verzoek van de wederpartij, inzake een verkeersboete. Na bezwaar trok de minister het besluit in en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 18 juli 2014.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of er sprake was van misbruik van recht door de gemachtigde van de wederpartij, die veelvuldig Wob-verzoeken en procedures inzake verkeersboetes voerde. De Afdeling oordeelde dat het Wob-verzoek niet was ingediend met het doel om inzicht te krijgen in de werkwijze van het CVOM, maar om een beroep tegen de verkeersboete te motiveren, waarvoor andere wettelijke grondslagen bestaan.
De Afdeling stelde vast dat de gemachtigde bewust de Wob gebruikte om het bestuursorgaan te belasten en de besluitvorming te vertragen, en dat de wederpartij het besluit onnodig vatbaar maakte voor discussie. Dit misbruik van recht leidde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het besluit van 3 juni 2015 vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het Wob-verzoek.