ECLI:NL:RVS:2016:202
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake huurtoeslag 2013 na bezwaar en beroep
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de huurtoeslag over 2013 door de Belastingdienst/Toeslagen. Appellante maakte bezwaar tegen de vastgestelde huurtoeslag omdat zij een wijziging van de huurprijs had doorgegeven die niet was verwerkt. De Belastingdienst erkende een fout in de rekenhuur, maar stelde dat deze correct was aangepast zonder dat dit leidde tot een hogere toeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat de Belastingdienst onvoldoende bewijs had geleverd dat de juiste huurprijs was gehanteerd en dat het besluit op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. Ook stelde zij recht te hebben op een dwangsom vanwege vermeende te late beslissing op haar aanvraag.
De Raad van State oordeelde dat het besluit op bezwaar voldoende gemotiveerd is en dat de wijziging van de huurprijs wel degelijk is betrokken bij de berekening. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, evenals het betoog over de dwangsom, omdat de Belastingdienst reeds tijdig op de aanvraag had beslist. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.