ECLI:NL:RVS:2016:200
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na herziening bestuursrechtelijke uitspraak
De minister legde op 14 april 2014 een boete van €12.000 op aan de vennoten van een bedrijf wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de vreemdeling als zelfstandige had gewerkt en dat de boete gematigd had moeten worden. De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet als zelfstandige kon worden aangemerkt, omdat er sprake was van een gezagsverhouding, het gebruik van bedrijfsvoertuigen en -middelen, en het ontbreken van ondernemersrisico.
De Raad stelde vast dat de boete op basis van een nieuwe beleidsregel verlaagd moest worden van €12.000 naar €8.000. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en de boete vastgesteld op €8.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt verlaagd van €12.000 naar €8.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.