ECLI:NL:RVS:2016:1985
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit lagere kinderopvangtoeslag en toewijzing hoger beroep
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot kinderopvangtoeslag van appellant over 2013 herzien en lager vastgesteld op € 1.064,00. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure overwoog de Afdeling dat appellant recht had op een met waarborgen omklede rechtsgang conform artikel 6 EVRM Pro en dat de Afdeling een onafhankelijk en onpartijdig orgaan is. Na nadere stukken en reacties van de Belastingdienst/Toeslagen werd het standpunt ingenomen dat appellant recht heeft op kinderopvangtoeslag op basis van € 1.086,75 aan gemaakte kosten.
De Afdeling vernietigde het besluit van 22 november 2014 en verklaarde het hoger beroep gegrond. De Belastingdienst/Toeslagen werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met het correcte bedrag. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, met een specificatie van verlet- en reiskosten, waarbij kosten voor een tweede zitting niet werden vergoed omdat deze niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd, met opdracht tot nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.