ECLI:NL:RVS:2016:1981
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende toezicht op arbeidsveiligheid bij laden bulkvrachtwagen
Op 6 mei 2013 vond een arbeidsongeval plaats waarbij een werknemer blijvend letsel opliep door contact met een draaiend schoepenrad van een afzuiginrichting tijdens het laden van een bulkvrachtwagen met cementpoeder. De minister legde een boete op wegens overtreding van artikel 7.7, eerste lid, van het Arbobesluit, omdat bewegende delen niet waren afgeschermd.
De minister matigde de boete na bezwaar van €21.600 naar €7.200, omdat de werkgever risico's had geïnventariseerd en instructies had gegeven, maar onvoldoende toezicht hield. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het gevaar van het draaiende schoepenrad binnen bereik van de werknemer lag en dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat adequaat toezicht was gehouden. De boete werd verder gematigd naar €5.400. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt definitief vastgesteld op €5.400 wegens onvoldoende aangetoond adequaat toezicht.