ECLI:NL:RVS:2016:196
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke intrekking ligplaatsvergunning woonark te Termunterzijl niet rechtsgeldig
Het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl trok op 15 januari 2013 de vergunning in die op 18 mei 2010 was verleend voor het innemen van een ligplaats met een woonark aan een locatie te Termunterzijl. Het college stelde dat de vergunning tweeëneenhalf jaar ongebruikt was gebleven en dat er een wachtlijst was van dertien personen.
Na bezwaar verklaarde het college het intrekkingsbesluit gegrond en stelde het nieuwe termijnen van twaalf en twintig weken als voorschriften aan de vergunning. Later trok het college de vergunning opnieuw in omdat niet binnen de termijn was begonnen met de bouw van de woonark. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met het financiële risico voor de vergunninghouder, die aanzienlijke investeringen moest doen en onzekerheid had over de rechtsgeldigheid van de vergunning. Ook was onvoldoende onderzocht of de termijnen redelijk waren en of de vergunninghouder binnen die termijnen kon starten met de bouw. Hierdoor was het intrekkingsbesluit niet redelijk en niet rechtsgeldig.
Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vergunninghouder.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de intrekkingsbesluiten bevestigd.