ECLI:NL:RVS:2016:1914
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vertrekplicht vreemdeling en toekenning proceskosten
De staatssecretaris heeft op 7 april 2016 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, waarbij tevens een vertrekplicht werd opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde op 29 april 2016.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd geoordeeld dat het besluit van 7 april 2016 onrechtmatig was voor zover daarin een vertrektermijn van vier weken werd opgelegd. De rechtbank had de staatssecretaris daarom moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, hetgeen niet was gebeurd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover de vertrektermijn werd opgelegd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.488,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd voor zover de vertrekplicht is opgelegd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.