ECLI:NL:RVS:2016:190
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijzen categorie C en C+E
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde op 9 juli 2014 aan [wederpartij] een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorieën C en C+E te verlenen, vanwege een eerdere wegraking in 1991 en het gebruik van anti-epileptica. De rechtbank Gelderland verklaarde dit besluit op 19 maart 2015 gegrond en vernietigde het, waarna het CBR hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het CBR onvoldoende heeft aangetoond dat sprake was van een epileptisch insult zoals bedoeld in paragraaf 7.2.1 van de Regeling eisen geschiktheid 2000. De neuroloog stelde dat er geen sprake was van epilepsie, en het medisch dossier gaf geen eenduidige aanwijzingen dat [wederpartij] een epileptische aanval had gehad.
Daarnaast werd geoordeeld dat het besluit van 20 november 2015, waarin het CBR het eerdere besluit herroept zonder een nieuw besluit te nemen, in strijd is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd vastgesteld. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en het besluit van 20 november 2015 vernietigd wegens strijd met artikel 7:11 Awb.