ECLI:NL:RVS:2016:1834
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing schadevergoeding wegens gederfde leefgelden na beëindiging opvang COA
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wees het verzoek van vreemdelingen om schadevergoeding voor gederfde leefgelden af, nadat zij per 23 november 2011 feitelijk de opvang in Den Helder hadden verloren en het aanbod om onderdak in Vught afsloegen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit van het COA, maar het COA ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van het beroep en dat het COA niet verplicht was de feitelijke opvang voort te zetten, omdat deze opvang buitenwettelijk was en niet gebaseerd op een acute medische noodsituatie. De vreemdelingen hadden zelf gekozen het aanbod in Vught niet te accepteren, waardoor het missen van leefgelden aan henzelf te wijten was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen het COA wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.